Samenvatting: Fysiologie - Cytologie
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Fysiologie - Cytologie
-
1 Fysiologische organisatie
-
1.1 Fysiologie
-
In welke drie delen kan fysiologie opgesplitst worden?
- Algemene fysiologie: welke algemene eigenschappen verschillende cellen of organen gemeen hebben
- Speciale fysiologie: houdt zich bezig met de werking van een speciaal orgaan
- Toegepaste fysiologie: de werking van organen onder bepaalde omstandigheden (bijv. Sportfysiologie)
- Algemene fysiologie: welke algemene eigenschappen verschillende cellen of organen gemeen hebben
-
1.2 Organismen
Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
Laat hier meer flashcards zien -
Welke verschillende levende organismen onderscheiden we?
- Eencelligen: prokaryotische cellen: selfsupporting
- Meercelligen: eukaryotische cellen: afhankelijk van interne omgeving en specialisatie
- Eencelligen: prokaryotische cellen: selfsupporting
-
Wat zijn prokaryotische cellen?
Dit zijn eencellige levende organismen. Ze zijn selfsupporting en kunnen alles. Deze vind je bijvoorbeeld in de zee. -
Wat zijn eukaryotische cellen?
Dit zijn meercellige levende organismen. Ze zijn afhankelijk van de interne omgeving (milieu interieur) en specialisatie. Dit zijn cellen die samenwerken. De functies van deze cellen beperken zich tot hun bepaalde specialisme. -
1.3 Kenmerken van leven
Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.3
Laat hier meer flashcards zien -
Elk levend organisme bezit een aantal levenseigenschappen, waarin zijn deze onder te verdelen?
Vegetatieve functies:fundament (basiswaarden) waarop je alsdier kunt leven. Alle functies ten dienste vanlevensonderhoud van de cellen. Onbewuste processen die vanzelf gaan.- Animale functies: functies die allen bij dieren voorkomen en informatieve
uitwisselingen tussen mens of dier en zijn omgeving mogelijk. Actieve meestal bewuste interactie.
-
1.4 Intern milieu = inwendig milieu
Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.4
Laat hier meer flashcards zien -
Waarover moet een levend organisme in zijn omgeving beschikken om te overleven?
- Voedsel
- Water
- Zuurstof
- Goede temperatuur en luchtdruk
- Een atmosfeer die bescherming biedt tegen schadelijke invloeden van buitenaf
- Voedsel
-
Wat is het intern milieu (milieu intérieur)?
Extracellulair vocht (=weefselvocht) waarmeeweefselcellen (weefselvloeistof om de cellen heen) omringd zijn. Zit direct om de cellen heen. Dit vocht wordt door de huid en de slijmvliezen bij elkaar gehouden. -
Wat is het milieu extérieur?
De buitenwereld, uitwendige omgeving van het menselijke lichaam en deholten die met de buitenwereld in contact staan. Alles waar iets binnenkomt van buitenaf.Bijv. De longen, het maag-darm kanaal en de spijsvertering. -
Waarom is de aanwezigheid van mechanismen die het milieu intérieur constant houden een primaire levensvoorwaarde?
Omdat het leven van de individuele cellen in het lichaam het best wordt gewaarborgd indien de samenstelling van het milieu interieur, die de cellen omgeeft, zoveel mogelijk constant wordt gehouden. -
Benoem de samenstelling van het milieu intérieur:
Water 75-90%- Koolhydraten 5-10%
- Eiwitten
- Vetten
- Mineralen
- Enzymatische stoffen (katalysatoren)
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden