Samenvatting: Humane Biologie L
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Humane Biologie L
-
1 Erfelijksleer
Dit is een preview. Er zijn 11 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
Laat hier meer flashcards zien -
Hoe komt DNA tot uiting?
Genetische code van A/T/G/C bepaalt de eigenschappen.
deze code is de code voor de aanmaak van eiwitten
alles wat in ons lichaam gebeurt, gebeurt door eiwitten: ze bepalen de structuur en werking van cellen. -
Hoe werkt genetisch voorplanting op genetisch niveau?
23 paar homologe chromosomen- 23 paar van vader+ 23 paar van moeder= 46 paar chromosomen
- kopie van deze 46 chromosomen in celkern
- lichaamscellen= DIPLOÏDE CELLEN (2paar =DI)
- geslachtscellen (gameten)= HAPLOÏDE CELLEN:
vrouwelijke eicellen (één setje van 23 chromosomen)
bij samensmelting van zaad + eicel (2 haploïde cellen)= 1 diploïde cel (46 chromosomen). -
1.2 Genetische testen
Dit is een preview. Er zijn 5 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
Laat hier meer flashcards zien -
Waar kan je je genetisch laten testen
- Centrum voor medische genetica
- officieel erkend
- goede begeleiding
- gedeeltelijke terugbetaling van dure genetische tests (behalve remgeld)
- verwijs cliënten met twijfels of vragen hiernaar door! (bv in UZA in Edegem)
tests via internet
bedenkingen- geenkwaliteitsgarantie bij commerciële labo's
- vaak worden slechts een beperkt aantal mutaties bv (van het BRCA1-gen) onderzocht; op vele tests van andere mutaties staan immers patenten.
- vaak gaat het om een verhoogd risico bij een bepaalde uitslag (multifactoriële aandoeningen), maar de genetische voorbestemming wordt vaak overdreven
- geen terugbetaling
- geen medische of sociaal-psychologische begeleiding
-
Monogene genetische aandoeningen worden veroorzaakt door één gen
- Bv de ziekte van Huntington
- bv familiale hypercholesterolemie
- bv hemofilie (problemen met de stolling van het bloed, door een fout in het gen dat zorgt voor de aanmaak van een stof die een cruciale rol speelt bij de bloedstolling)
-
1.3 bouw en werking van het zenuwstelsel
Dit is een preview. Er zijn 6 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.3
Laat hier meer flashcards zien -
Sensorische, motorische en intermeuronen
Stap 1 je sensorische receptoren worden geprikkeld bv je ziet een grommende hond
stap 2 je sensorische receptoren geven signaal door aan sensorische neuronen. Boodschap wordt vervoerd van het perifeer naar het centraal zenuwstelsel
stap 3 in het centraal zenuwstelsel geven de sensorische neuronen de boodschap door aan de interneuronen
interneuronen verwerken de informatie, bv een grommende hond= gevaar
stap 4 interneuronen sturen signalen naar motorische neuronen. Spieren en klieren komen in actie, bv we rennen weg van de grommende hond
zie dia 8 en 9 -
1.4 Aandoeningen van het zenuwstelsel
Dit is een preview. Er zijn 16 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.4
Laat hier meer flashcards zien -
Niet aangeboren hersenletsel (NAH) omschrijving
Een niet- aangeboren hersenletsel is een hersenletsel dat ontstaan is na de geboorte vaak ontstaat er dan plots een afwijking, na een normale ontwikkeling, waardoor één of meerdere functies van de hersenen wegvallen of slechter worden. In Vlaanderen komen er elk jaar zowat 50.000 nieuwe patiënten met een NAH bij. -
Opdracht Omgaan met partiële epilepsie
Moet ik de persoon vasthouden tijdens de partiële epilepsieaanval?- neen: pak de persoon niet beet of roep niet,
- dit kan agressie uitlokken
- probeer met zachte hand en rustige stem gevaarlijke situaties te voorkomen.
- ja
- neen; blijf bij de persoon tot de aanval over is
-
1.5 Verstoringen van het zenuwstelsel: psychoactieve middelen
Dit is een preview. Er zijn 43 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.5
Laat hier meer flashcards zien -
Hoe werken psychoactieve middelen
Drugs= psychoactieve middelen
definitie:- beïnvloeden psychische processen en gedrag door de werking van neuronen te veranderen
- invloed op neurotransmitters: agonisten= imiteren of versterken en antagonisten= blokkeren bv nicotine imiteert acetylcholine, curare verlamt acetylcholine
- ongewenste symptomen
- oorzaak van bijwerkingen
- doordat de beïnvloede neurotransmitter voorkomt in verschillende neurale banen, met verschillende functies. Bv agonist voor neurotransmitter serotonine en ongewenste symptomen: angst, slapeloosheid, veranderingen in eetlust, opwinding, epileptische aanvallen, verstoring van cognitieve vaardigheden
Tolerantie:
afnemende werking door gewenning- gevolg: grotere dosis nodig voor zelfde effect
- onthouding: niet ontwenningsverschijnselen= door lichamelijk afhankelijkheid, (psychische afhankelijkheid= verlangen naar effect)
zie DIA 13 en 15 -
Verdovende middelen zie dia 13 en 15
Effecten:
buzzing of zinderen
euforisch
zelfzeker
ontspannen
roekeloos
Nadelige gevolgen:
ontwenning
afhankelijkheid
braken
overdosis
bewusteloosheid
coma -
Stimulantia (opwekkende middelen)
Effecten- uppers
- verhoogde energie
- verhoogde hartslag
- euforie
- verwijde pupillen
- paranoia
- angst
- seksuele opwinding
- impotentie
- uitputting
- crash
- afhankelijkheid
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden