Samenvatting Onderzoekspracticum Experimenteel Onderzoek
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Samenvatting Onderzoekspracticum experimenteel onderzoek
-
1 1.1
Dit is een preview. Er zijn 28 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
Laat hier meer flashcards zien -
Waarom zijn experimenten geschikt voor het onderzoeken van causale verbanden?
Causale verbanden kunnen onderzocht worden omdat:- Strikte controle over variabelen mogelijk is.
- Slechts de onafhankelijke variabele wordt gemanipuleerd.
- Andere invloeden constant worden gehouden (“ceteris paribus”).
- Veranderingen in de afhankelijke variabele kunnen worden toegeschreven aan de onafhankelijke variabele.
-
Wat is een controleconditie in een experiment?
Een controleconditie is:- Een situatie zonder experimentele manipulatie.
- Een referentiepunt voor vergelijking met de experimentele conditie.
- Essentieel om effecten aan manipulatie of andere factoren toe te schrijven.
-
Welke twee vormen van bewijs moeten experimenten volgens Mill leveren?
Mill stelde dat experimenten moeten aantonen:- “Methode van overeenkomst”: X is voldoende voor Y als ze vaak samen voorkomen.
- “Methode van verschil”: X is noodzakelijk voor Y als Y afwezig is wanneer X ook afwezig is.
-
Wat houdt volledige randomisatie in een experiment in?
Volledige randomisatie houdt in dat:- Deelnemers willekeurig worden toegewezen aan groepen.
- Verschillen tussen groepen niet systematisch zijn.
- Het effect van deelnemers op de uitkomsten wordt geminimaliseerd.
-
Wat is het doel van gedeeltelijke randomisatie (cluster randomisatie) in een experiment?
Het doel van gedeeltelijke randomisatie is:- Deelnemers in clusters te groeperen.
- Willekeurige toewijzing binnen deze clusters toe te passen.
- Variabiliteit binnen de clusters te beheersen.
- Groepsspecifieke effecten te analyseren.
-
Hoe worden bestaande clusters van deelnemers behandeld in onderzoek?
Hierbij worden al bestaande groepen, zoals schoolklassen, gebruikt. De indeling gebeurt weliswaar random, maar niet volledig:- Een bepaalde leerling behoort tot een specifieke klas.
- De kans op deelname in elke conditie is ongelijk.
- Clusters zijn willekeurig verdeeld.
-
Wat is een voorbeeld van een quasi-experiment in de onderwijscontext?
Wanneer een onderwijsvernieuwing wordt vergeleken tussen scholen, zijn de kenmerken:- Eén school met de vernieuwing en één zonder.
- Geen willekeurige leerlingtoewijzing.
- Vergelijkbaarheid op andere aspecten zoals aantal leerlingen.
-
Wat is de impact van de groepsindeling op quasi-experimenten?
De groepsindeling in quasi-experimenten beïnvloedt de resultaten door:- De deelnemers niet willekeurig zijn toegewezen.
- Binnen groepen meer op elkaar lijken dan tussen groepen.
- Het moeilijker maakt om causale uitspraken te doen.
-
Hoe beïnvloedt ecologische validiteit de resultaten van een onderzoek?
Ecologische validiteit zorgt ervoor dat onderzoeksresultaten:- Generaliseerbaar zijn naar de echte wereld.
- Relevanter zijn voor alledaagse situaties.
- Natuurlijke settings beter weerspiegelen.
-
Wat houdt een tussenproefpersonen ontwerp in?
Bij deze studies:- Elke proefpersoon wordt aan slechts één experimentele conditie blootgesteld.
- Groepen van proefpersonen kunnen onderling vergeleken worden.
- Voorbeeld: verschillende groepen krijgen verschillende behandelingen.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden